Monoloog Mata Hari

In 2014 maakte ik met Rick Piepers de voorstelling 1919, over vrouwen in de Eerste Wereldoorlog. Eén van de personages die aan het woord kwamen was Mata Hari. Ik schreef onderstaande monoloog over haar. Later ben ik me nog verder in haar gaan verdiepen en kwamen er meer liedjes en verhalen, maar deze monoloog is wat mij betreft de kern:

Mata Hari

Met je vuist op tafel slaan, laten zien wie de sterkste is. Geweld gebruiken om je zin te krijgen. Anderen geweld laten gebruiken om je zin te krijgen. Opdrachten geven. Dwingen en kapot maken. Al die jonge mannen in de loopgraven die keer op keer als maden tevoorschijn kruipen om zich te laten vermoorden.
Mannen weten niet wat macht is.

Je hals draaien, je arm ontbloten, je haar laten vallen. Ja, te kunnen zeggen. Ja, ik ga met je mee. Ja, ik ook van jou.

Dat is mijn macht. De macht van een mooie vrouw.

Al mijn minnaars. Die hun leven zouden geven voor mij! Brieven hebben ze geschreven. Verzoeken ingediend. Gedanst naar de pijpen van de mannetjes die hoger op de ladder stonden.

Als mijn geliefde hier in deze cel had gezeten, ik had hem vrij gekregen. Ik had geweten tegen wie ik ’ Ja’ moest zeggen om mijn zin te krijgen.

Nu word ik een hoer genoemd. Omdat ik heb geslapen met hoge officieren, van beide kanten. Omdat ik mijn macht gebruik om te krijgen wat ik wil. Omdat ik weiger klein en deemoedig te zijn. Omdat ik een vrouw ben.

Hoeren, dat zijn slaven van honger en gebrek. Machtelozen. Ik heb ze gezien, in de bordelen bij het front. Armzalige schepsels. Lelijk, ziek en onder de luizen. Alles voor een korst brood, een slok wijn. Dat is niet het vermogen om ‘ ja’ te zeggen. Dat is de onmogelijkheid om nee te zeggen. Ziek zijn van jezelf en toch moeten.

Het was allemaal mooi en zedig en goed dat ik danste voor een zaal vol loerende mannen. ’Haar naaktheid is bewonderenswaardig en kuis, omdat hij schoon is. De volmaaktheid der vormen schenkt hoog kunstgenot aan hen die het voorrecht hebben deze dansen te aanschouwen en geen enkel idee dat niet zuiver-esthetisch was, kwam daarbij bij hen op.’

En nu ben ik een zedeloze vrouw, een typische representante van ’een inferieur
oosters ras’. Gewetenloos, gewend om mannen te gebruiken voor haar eigen
voordeel, de grootste vrouwelijke spion van deze eeuw. (Citeert:) ’Haar
persoonlijkheid, haar karakter, haar cultuur, haar donkere huid en haar mentaliteit — niets van dat alles strookte met onze waarden en normen.’

Mannen, die niet tot het leger behoorden, hebben mij nooit geïnteresseerd. De
officier is in mijn ogen een hoger wezen, een held, steeds bereid tot het trotseren van alle gevaren, tot het beleven van alle avonturen. Ik heb altijd geweten hoe ik moest krijgen wat ik wilde. Mannen in uniform. De knopen blinkend gepoetst, de petten recht op het hoofd. Geweer op de schouders. ’ Leg aan!’

Netjes in het gelid zullen ze staan en ik zal ze recht in de ogen kijken.

Het lied dat ik bij deze monoloog schreef is hier te vinden: Waarheid

Meer informatie over Mata Hari is hier te vinden: Mata Hari

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.